De haflinger

Zoals gezegd is het  haflingerpaard van oorsprong een paardenras uit Oostenrijk, meer bepaald  Zuid-Tirol. Hij dankt zijn naam aan het dorpje Hafling. Haflingers werden vaak gebruikt als trek- en lastpaarden in de bergen. Ze stelden geen hoge eisen aan hun voeding.

In 1874 werd uit een inheemse merrie en een Arabische volbloed de hengst ‘Folie 249’ geboren. Deze wordt als stamvader van de haflingers beschouwd. Sinds 1899 werd het ras met subsidies en strenge fokselecties raszuiver gehouden. Er ontstonden bij de haflingerhengsten zeven bloedlijnen: A met als stamvader Anselmo, B met Bolzano, M met Massimo, N met Nibbio, S met Stelvio , ST met Student, W met Willy.

Door het inkruisen van Arabisch bloed heeft de haflinger zijn edele kenmerken verkregen, zoals een sprekend hoofd en harde benen. In de jaren 1960 werden de eerste haflingerpaarden naar ons land gebracht waarna het ras snel aan bekendheid en populariteit won en zich kon bewijzen als een zeer veelzijdig ras.

De haflinger is een paardenras dat op veel onderdelen binnen de paardensport ingezet kan worden. Het paard wordt gebruikt onder het zadel -zowel voor dressuur als westernrijden– , als menpaard, en als showpaard voor demonstraties van vrijheidsdressuur.

Het is een werklustig paard met veel kracht, uithoudingsvermogen en intelligentie. Een haflinger is sober in onderhoud en bestand tegen strenge winters en hete zomers. Ze hebben  minder voedsel nodig dan warmbloedpaarden.

Er zijn grosso modo twee types van haflingers. Enerzijds het robuuste type, ook wel eens als “klein boerenpaard” benoemd, met een stokmaat tot ongeveer 1,45 m. Anderzijds het recentere slanke, grotere en meer sportieve type met een stokmaat van ongeveer 1,50 m. Hoewel oorspronkelijk een ponyras, wordt de haflinger op grond van zijn lichaamsbouw steeds meer tot de paardenrassen gerekend.